Actueel reglement

Voor een afdrukversie van dit reglement raadpleegt u de pagina "downloads"

6-kamp

De 6-kamp is een serie wedstrijden tussen een aantal schoonspringverenigingen.
Op dit moment zijn er 6 deelnemende verenigingen

Elke deelnemende vereniging organiseert gedurende het schoonspringseizoen 1 wedstrijd.
Dat betekent dat er 6 wedstrijden zijn.
Bij deze wedstrijden zijn de springers verdeeld in 5 series, naar leeftijd en niveau.
Er wordt gesprongen op de 1 meter plank.
Er zijn individuele prijzen te winnen in elke serie, maar er is ook een teamprijs te winnen.
Een plaatsing bij de beste 5 in de serie levert punten op voor de club.
De club die na 5 wedstrijden de meeste punten heeft, wint de wisselbeker.

De leeftijdsgroepen zijn als volgt ingedeeld:

Serie 1:

E-groep

2018 geboren in 2009 en jonger

2019: geboren in 2010 en jonger

In deze serie worden 4 sprongen gemaakt, opgesplitst in 2 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 3,6) en 2 ongelimiteerde sprongen.
In de eerste 2 sprongen mogen 2 standsprongen en/of valduiken worden gemaakt. De richting moet dan wel verschillend zijn (dus voorwaarts, achterwaarts of schroef).

Serie 2:

D-groep

2018: geboren in 2007 en 2008 2019: geboren in 2008 en 2009

In deze serie worden 5 sprongen gemaakt, opgesplitst in 2 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 3,6) en 3 ongelimiteerde sprongen.
In de eerste 2 sprongen mag maximaal 1 standsprong of valduik worden gemaakt.

Serie 3:

C-groep

2018: geboren in 2005 en 2006 2019: geboren in 2006 en 2007

In deze serie worden 6 sprongen gemaakt, opgesplitst in 3 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 5,4) en 3 ongelimiteerde sprongen.
In deze serie mogen er geen standsprongen of valduiken worden gemaakt.

Serie 4:

B- / A- / S -groep

2018: geboren in 2004 en ouder 2019 geboren in 2005 en ouder

In deze serie worden 6 sprongen gemaakt, opgesplitst in 3 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 5,4) en 3 ongelimiteerde sprongen.
In deze serie mogen er geen standsprongen of valduiken worden gemaakt.

Serie 5:

"all-in" groep

2018: geen leeftijdsgrenzen 2019 geen leeftijdsgrenzen

In deze serie doen de springers mee, die in het bezit zijn van hun D1- en/of C1-diploma.
(en voor de jaren 2006 en eerder het oude C-1-diploma)  en na het behalen van dat diploma nog 2x in hun eigen leeftijdscategorie hebben deelgenomen.
Het D-1diploma behaal je, als je met 6 sprongen (zonder standsprong in de reeks) 135 punten hebt gehaald (in de 6-kamp dus in serie 3 en 4).
Het C-1-diploma behaal je, als je met 7 (of in de 6-kamp minder) sprongen 165 punten hebt gehaald.
In serie 5 worden 8 sprongen gemaakt, opgesplitst in 5 gelimiteerde sprongen (moeilijkheidsfactor: maximaal 9,0) en 3 ongelimiteerde sprongen.
In deze serie mogen er geen standsprongen of valduiken worden gemaakt.
Als je in deze serie je B1-diploma haalt (205 punten met 8 sprongen), dan ben je te goed geworden om nog mee te kunnen doen aan de 6-kamp en mag je nog maximaal 2x in die serie deelnemen.

Tijdens de zeskampwedstrijden tellen voor jongens / heren de diploma-eisen voor de meisjes / dames.
Diploma’s kunnen ook worden behaald tijdens andere wedstrijden dan de 6-kamp en tellen dan wel mee voor de 6-kamp.

Let wel: na het behalen van het C- D- of B-diploma mag nog twee keer in de oorspronkelijke serie worden deelgenomen, zodat er een geleidelijke overgang is. 
Dit uiteraard met inachtneming van de leeftijdsbepalingen.

Aantal deelnemers per vereniging:

Elke vereniging mag met maximaal 10 deelnemers (bij 5 deelnemende verenigingen) of 8 deelnemers (bij 6 deelnemende verenigingen) meedoen.
Deze deelnemers zijn naar eigen inzicht in te zetten echter met dien verstande, dat er per serie maximaal 4 deelnemers van een vereniging kunnen worden ingeschreven.
Als een vereniging een gooi wil doen naar de wisselbeker, is het natuurlijk gunstig om in verschillende categorieën springers te hebben.
Iedere vereniging mag per wedstrijd maximaal 2 springers buiten mededinging laten
deelnemen.

Puntenverdeling voor de wisselbeker:

Plaats 1: 10 punten
Plaats 2: 7 punten
Plaats 3: 5 punten
Plaats 4: 3 punten
Plaats 5: 1 punt

Per wedstrijd gaat de beker mee met de dagwinnaar (de club die tijdens de wedstrijd de meeste punten behaalt). Dit kan dus een andere club zijn, dan de club die het klassement aanvoert.
Na de laatste wedstrijd van het seizoen gaat de wisselbeker mee met de winnende club van de competitie.

KNZB: 

Diploma´s: 

Verplichtingen van de deelnemende verenigingen:

denk hierbij aan:

  1. Bad huren; reken daarvoor ongeveer 4 uur.

  2. Programmaboekje maken.

  3. Een tijdschema maken. (juryvergadering, wedstrijden en inspringen vermelden)

  4. Secretariaat bemannen.

  5.  Juryindeling maken. (elke vereniging levert een jurylid of regelt dat met een andere club)

  6.  Zorgen voor een scheidsrechter. (zie lijst hieronder)

  7.  Zorgen voor jurybordjes. (of dat regelen met een andere club)

  8.  Iets te drinken voor het secretariaat en de jury.

  9.  Medailles voor de nummers 1, 2 en 3 in elke serie.

  10.  Oorkondes voor alle deelnemers.

     Inschrijfgelden:

Eventueel beschikbare scheidsrechters:

Supplement

Diploma’s voor schoonspringen landelijk:                 

Meisjes       Jongens    
D1 3+3 135 punten   D1 4+3 160 punten
D3 3+3 145 punten   D3 4+3 170 punten
DT 3+2 125 punten   DT 3+3 145 punten
C1 5+2 165 punten   C1 5+3 205 punten
C3 5+2 175 punten   C3 5+3 215 punten
CT 4+2 145 punten   CT 4+3 200 punten
B1 5+3 205 punten   B1 5+4 245 punten
B3 5+3 215 punten   B3 5+4 255 punten
BT 4+3 200 punten   BT 4+4 240 punten
A1 5+4 260 punten   A1 5+5 295 punten
A3 5+4 270 punten   A3 5+5 305 punten
AT 4+4 240 punten   AT 4+5 280 punten

Bovengenoemde eisen voor de dames / meisjes tellen op zeskampniveau ook voor de jongens / heren !!!
Indien in serie 2 door de deelnemer zonder standsprong(en) meer dan 135 punten worden behaald, wordt de deelnemer geacht op zeskampniveau het D-1-diploma te hebben gehaald.

Indien leden van deelnemende verenigingen tijdens (inter)nationale wedstrijden met minder dan de benodigde sprongen wél de benodigde punten behalen worden deze voor de zeskamp als diplomahouder beschouwd.

Indien leden van deelnemende verenigingen tijdens (inter)nationale wedstrijden met meer dan het aantal sprongen van de zeskamp binnen het aantal voor de zeskamp benodigde sprongen wél het benodigde puntenaantal behalen worden deze voor de zeskamp als diplomahouder beschouwd.   (Bijv. wedstrijd met 8 sprongen, springer haalt bij de 6e sprong 135 punten is dan diplomahouder D1 )